donderdag 24 juni 2010

Het Kennisinstituut Bier

Het Kennisinstituut Bier
Door E. 24 juni mei 2010 ©


Op donderdag 17 juni 2010 is het Kennisinstituut Bier in Wageningen van start gegaan (http://www.kennisinstituutbier.nl/). Gek dat ik dit in de krant moet lezen, want ik neem aan dat ik een meer dan zinvolle bijdrage aan dit instituut kan leveren. Ik drink namelijk - zoals vele mannen - wel eens een biertje en ik ben - zoals vele mannen - de eigenaar van een bierbuik(je). Ook ken ik niemand uit mijn bierbuikende vriendengroep die is gevraagd deel uit te maken van dit Kennisinstituut. Raar.

De officiële start van het Kennisinstituut werd opgeluisterd met een waar symposium. Er werden lezingen gegeven door een drietal professoren. Professor Arne Astrup van de Universiteit van Kopenhagen vroeg zich in zijn lezing af of bierconsumptie verantwoordelijk is voor het ontstaan van de bierbuik.

Maar wat is de bierbuik? De bierbuik is een dikke, naar voren uitpuilende buik, zonder dat de rest van het lichaam noodzakelijkerwijs dik is. De bierbuik wordt voornamelijk aangetroffen onder de mannelijke bevolking (van 28-plus). De bierbuik komt voor in alle lagen van de bevolking, in alle steden en dorpen, bij autochtonen en allochtonen. De slager om de hoek en de hersenchirurg kunnen allemaal een bierbuik bezitten. De bierbuik kan grote getale - in zijn volle naaktheid en lichamelijke schoonheid - worden bewonderd tijdens warm weer op stranden over de gehele wereld. De bierbuik, ook bekend onder de namen horecabumper, bierspoiler en toogzweer is een onuitroeibaar fenomeen. Het gevolg van evolutie. Ja, zelfs iets om trots op te zijn.

Matig alcoholgebruik kan al leiden tot een bierbuik. Ook zijn er steeds meer aanwijzingen dat matige alcoholconsumptie kan beschermen tegen ouderdomsdiabetes en dementie. Professor Astrup gaat nu op initiatief van het Kennisinstituut Bier de relatie tussen bierconsumptie en de buikomvang onderzoeken. Astrup zet bij voorbaat al vraagtekens bij deze relatie. Tja, iets dat ik hem ook had kunnen vertellen.

Want natuurlijk is mijn bierbuik niet het gevolg van bierconsumptie. Mijn buik is ontstaan door het minder bewegen in combinatie met het ouder worden (zoals dat het geval is bij alle bierbuikbezitters). Maar ja, dat soort tijdrovende en geldverslindende onderzoeken krijg je als je mij (en velen met mij) niet vraagt voor deelname aan dit Kennisinstituut…

Een voordeel is wel dat ik straks met een wetenschappelijk onderzoek in mijn handen kan wapperen, als ik weer eens moet uitleggen dat mijn buik niet het gevolg is van mijn biergebruik. Leve de wetenschap! Ik drink vanavond alvast een lekkere goudgele, blondgekuifde en witgekraagde rakker op de uitkomst van dit onderzoek.


E.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen