donderdag 1 juli 2010

De Rotterdammer en de gele vlag

De Rotterdammer en de gele vlag
Door E. 30 juni 2010 ©


Langzaamaan zie ik in de stad – toevallig met de WK-wedstrijd tegen Brazilië in het verschiet – de kleur oranje vervagen en de kleur geel de kop opsteken. Ik fietste gisteren ergens nabij het centrum alwaar een stadsgenoot op één hoog zijn balkon met een gele vlag versierde. Ik dacht: wat leuk, het leeft toch. De gele vlagophanger werd echter door een andere passerende Rotterdammer faliekant voor schavuit, scharluin, schobbejak en snoodaard uitgemaakt.* De gele vlagophanger was hier natuurlijk niet van gediend en gaf de Rotterdamse barbaar verontwaardigd een afkeurende blik.

De Rotterdammer kon de blik niet waarderen en startte een heftige tirade in de richting van de gele vlagophanger. Wat dacht die gele vlagophanger wel niet? De gele vlagophanger moest volgens de Rotterdammer blij zijn dat hij in Rotterdam en in Nederland kon wonen (de vlagophanger had namelijk een kleurtje). En daarom moest hij voor Nederland zijn en niet voor Brazilië gaan vlaggen. Hij moest zich gedragen. De Rotterdammer zou de vlagophanger anders zelf wel een cursusje inburgeren geven – en dat doe ik niet met een schriftje, maar met mijn vuisten. Hierop gooide de Rotterdammer zijn half volle (of lege) blikje bier naar de man (zo’n blikje van een halve liter van het merk Bier). Heel erg goed kon de Rotterdammer niet mikken, want hij miste de vlagophanger volledig. Wel zat de trainingsbroek van de Rotterdammer nu helemaal onder het bier. Gelukkig had de Rotterdammer een plastic tas bij zich gevuld met nog vele volle blikken.

De gele vlagophanger wist volgens de Rotterdammer niet wat zich in de maatschappij en in de stad afspeelt. Of een oranje vlag, of terug naar je eigen land! Anders heb je straks geen ruit meer over. Daar mag je zoveel gele vlaggen ophangen als je wilt. De gele vlagophanger sprak prima Nederlands en was, gezien zijn strakke maatpak, werkzaam op een kantoor of ergens in de buitendienst. Ook sportief aangelegd dacht ik nog, aangezien er een mooie racefiets op het balkon stond te fonkelen. De gele vlagophanger reageerde niet. De Rotterdammer schold de vlagophanger nog wat uit terwijl hij wegliep – onderwijl nog een paar fietsen omverschoppend. Verbaasd keek de Rotterdammer om zich heen terwijl hij zag dat er in het centrum nog veel meer gele vlagophangers wonen. Hij mompelde daarna iets over buitenlanders.

Hierna raakte ik met de gele vlagophanger in gesprek en bood hem mijn excuses aan. Waarom weet ik eigenlijk niet zo goed – ik had er tenslotte niets mee te maken. Ik kan het wel waarderen dat de vlagophanger zo met de sport bezig is en de stad in kleuren doet hullen. Ik denk niet dat de Rotterdammer – die weet wat zich in de stad afspeelt – er van op de hoogte is dat 3 juli aanstaande een proloog wordt verreden. Ik denk dat de Rotterdammer niet weet dat de start van één van de grootste sportevenementen ter wereld in onze stad plaatsvindt. Ik denk dat de Rotterdammer de woorden Tour de France niet eens correct kan uitspreken.

O ja, dé Rotterdammer bestaat natuurlijk niet: je hebt ze in alle geuren en kleuren. Ik hoop in ieder geval die Rotterdammer niet tegen te komen als ik in mijn gele shirt aanstaande zaterdag naar de proloog ga kijken.


E.
____________

* Een gecencureerde versie van wat de Rotterdammer werkelijk zei.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen